Zomer 2008:  Dubbeltocht door Oost-Frankrijk
(week 1)

Roffelend rammelt de regen op het camperdak wanneer ik dit reisverslag begin. Gewoonlijk begin ik daar reeds op de eerste of tweede avond van de reis in de zomer mee. Je gaat op reis, komt in de stemming en wilt vanaf het begin je belevenissen vastleggen voor latere herinnering. Allereerst voor jezelf, al lezen anderen mee en putten er ideeën uit. Maar dit keer loopt het anders. De lust ontbreekt er aan te beginnen, er lijkt weinig aanleiding toe. En om bij herhaling te schrijven dat het regent en nog eens regent zal voor de toevallige meelezer weinig interessant worden. Daarom beginnen we pas op de vijfde avond (dinsdag 17 juni) echt te noteren.

Reisdoel
Hoewel we wisten dat het de laatste weken in Frankrijk voortdurend barre weersomstandigheden waren, die niet uitnodigden om van rust en zon te genieten, hebben we toch onze koers in die richting gelegd. Zonder haast omdat bekend was dat het in ieder geval de eerste dagen nog koel en regenachtig zou blijven. Met twee doelen voor ogen: de Route des Grandes Alpes op de heenreis, een schitterende tocht over passen. En vervolgens via de kust en de Route Napoleon weer terug.
Als we die vrijdagmiddag van vertrek koers zetten naar België zien we wel tot hoever we komen. Haast hebben we niet, het is vakantie. Voor Luik rijden we richting Verviers en duiken dan de Ardennen in om bij Hamoir een camperplek te vinden. Nat en modderig, maar we staan. Als we de volgende morgen door het raampje kijken slaat de schrik om het hart. Het blijkt dat we midden in een wiellerronde terecht zijn gekomen. De camperplaats staat hudje-mudje vol met allerlei toerrijders en dito campers. Volledig ingebouwd vrezen we het ergste, maar men is behulpzaam en na wat gedraai en geschuif kunnen we vertrekken.
Met prachtig weer in de vroege ochtend bezoeken we in de omgeving nog het bezienswaardige dorpje Durbuy. Maar daarna begint de regen opnieuw en houd niet meer op. We rijden direct door naar Frankrijk. Bij Toul (net voorbij Nancy) vinden we een echte doorgangscamping waar we twee nachten blijven met (opnieuw) een zondag vol regen.

Ontmoeting
Als het in de avond droog wordt wandelen we langs de Moezel naar de sluis tot we aan de overkant recht tegenover onze camping uitkomen. We raken aan de praat met twee andere wandelaars. Als ze op hun tentje aan de overkant wijzen herinner ik me dat op hun auto Voorthuizen stond. Het blijkt dat ze Barnevelders zijn. Het is weer zoals gewoonlijk. In elke vakantie komen we wel bekenden tegen of mensen waarmee we gezamenlijk iets hebben. Zo ook nu dus.
Met zon en zin vertrekken we die maandag verder richting ons eerste reisdoel. Bij La Clusaz willen we de aansluiting met de Route des Grandes Alpes maken. Veel hoop geeft de toenemende regen nog niet. Op een camperplek hoog op een alm (1450 mtr) staan we weliswaar fantastisch, maar de aanhoudende regen die nacht geeft weinig vooruitzicht. We wandelen de volgende morgen nog in de omgeving, maar de paden zijn te modderig om de bergen in te gaan. Zie de foto's hieronder.



Omdat het geen zin heeft de eerste pas te gaan ‘nemen' rijden we om en bezoeken Annecy. Een schitterend stadje aan het gelijknamige meer. Daar is het droog en breken later zowaar de eerste zonnestralen door. De temperatuur stijgt en je ziet om je heen het heerlijke gevoel ontwaken. De regenkleding gaat uit, onhandig loopt men nog met een paraplu, de terrasjes stromen vol en op het meer - bij aankomst grauw en somber - is het ineens levendig, zonnig en vol bedrijvigheid. De weerberichten voorspellen toenemend mooiere dagen, dus dat geeft hoop.



Alleen, nu even nog niet. Want nadat we een plek gevonden hebben op de 1650 mtr hoge Col de Saisies (via Albertville weer teruggereden naar de Route) begint het opnieuw te regenen. Uren achtereen. Weinig interessant voor wie een boeiend reisverslag wil lezen, maar tegenvallend als je weer binnen moet blijven en niet genieten kan van de zon die achter de wolken schuilgaat. Alleen op de wereld staan we daar in het duister.
Nou ja, niet helemaal waar. Een paar kaarsjes branden, de kachel is aan en een reisboek van Paul Theroux voert me mee naar streken waar het alleen maar nat en koud is.
Een voorzichtige blik de volgende morgen naar buiten verrast ons met een gebroken lucht waaruit de zon tevoorschijn komt. Schitterend komen de eerste alpenreuzen tevoorschijn, die we tot dan toe alleen maar vermoeden konden achter grijze luchten. Sneeuwbedekt en stralend laten ze zich voor een deel zien. Dan hier een top, dan daar een deel. Het geeft de hoop en verwachting dat we die dag nog veel meer zullen ontdekken van dit bergmassief. We dalen af vanaf de Col de Saisies, ontdekken in Beaufort een Flot Blue om water in te nemen (de rest konden we op de camperplek van zoëven al verzorgen). We houden even stil voor een ‘baguette' bij een echte ‘boulanger' om daar straks met een fantastisch uitzicht een verlaat ontbijt van te maken.

Rampzalig
Dan gaat het omhoog. Schitterende vergezichten om elke hoek. Bij een geweldig stuwmeer houden we langdurig halt (barrage de Roselend). Een heerlijke stilte en weldadige zon doen het goed, hoewel een kolonne motorrijders op een gegeven moment de stilte wreed verstoort. Geloof maar dat je dat razende geluid langdurig hoort met al die haarspeldbochten!
Later komen we boven op de Col de Roselend aan (1967 mtr). Wanneer we de afdeling inzetten komen we ter hoogte van Les Chapieux. Een klein zijpad brengt ons daar dicht langs het water waar we urenlang genieten van de zon en de rust. Onderweg valt er opnieuw heel veel water, maar dit keer van de ontelbare watervallen. Maar wanneer je er wel vijf onder een gletscher vandaan ziet komen besef je weer hoe waanzinnig snel de gletschers de laatste jaren smelten. En dat is een zorgwekkende ontwikkeling. Hoe sneller alle sneeuw en ijs smelt (ik denk ook aan de toendra's en polen), hoe sneller ook de opwarming van de aarde zal gaan. Een onomkeerbaar proces?



Via Bourg St. Maurice gaat het nu richting de Col d'Iseran met o.a. Val d'Isere. Er ligt daar opnieuw een stuwmeer (bij Tignes) en we menen dat daar wel een camperplaats zal zijn. Niet aan het meer maar wel in Tignes sur Lac vinden we op de parkeerplaats plek genoeg. We staan dan op 2100 mtr hoogte en zijn niet de enige camper. Buiten is het koud, binnen heerlijk warm.
Op de weg hierheen vielen we van de ene in de andere verbazing. Vanwege wat men hier van de natuur gemaakt heeft. Tignes ligt erg hoog, in een kom, maar het gebied is dan ook volledig volgebouwd. Hoge flats tot wel acht verdiepingen, veel voorzieningen, hotels en restauranten en op de machtige bergen rondom niets anders dan kabelbanen.
Wintersport heeft voor mijn gevoel iets van de romantiek van het suizen door de sneeuw en de zon op je laten inwerken, van het genieten van de schepping en het luisteren naar het gekraak door de vorst. Maar dit is massatoerisme van de bovenste plank, miljardeninvestering, uitbuiting van de schepping, vernietiging van veel moois.
Betonnen kolossen, alles gewoon in willekeurige volgorde neergeplempt, een stad die de plank van de natuur volkomen misslaat. Hier kun je straks als toerist alleen maar aansluiten in de rijen, je geld uitgeven (alleen een week je auto parkeren voor je appartement kost al € 69!) en verder van boven naar beneden suizen.
O zeker, vanaf je balkon kun je nog net tussen een paar andere flats doorkijken en de mooie witte bergen zien, maar je gaat meer op in de roes van afterski en wat nog meer, dan van het stil worden en je verwonderen dat je dit zomaar zien kunt en doen kunt. De prachtige schepping is hier rampzalig vernield.
Aan de rand van de parkeerplaats spelen een paar bergmarmotten (‘Murmeltieren'), idyllisch, leuk, maar het geeft juist aan dat de stad hun berggebied heeft afgenomen. Het is goed dat overheden ook steeds meer in zien dat deze manier van wintersport uiteindelijk verwoestende gevolgen heeft voor de schepping.

De top
De Col d'Iseran ligt nu voor ons. Een uitdaging, ten minste dat is de vraag. Want hier en daar hoor je (lees je) geluiden dat deze voor een camper angstaanjagend is. Vooral de afdaling zou veel te smal zijn. Toegegeven, totnutoe zijn de cols in deze route redelijk smalle bergwegen. Het zijn echt toeristische routes, geen doorgaande. Voor wie hoogtevrees heeft geen aanrader. Je moet ze deze cols echt opzoeken en het aantal campers is dan ook niet groot. Maar hoe verder we komen hoe mooier het wordt. Bovendien is deze col de hoogste plek die we bereiken zullen, 2770 meter! Tenminste, dat denken we aanvankelijk.
We beginnen gewoon. En krijgen er geen spijt van. Inderdaad op veel plekken geen afrastering, hooguit een stuk rots maar meestal niets. Rijd je aan de dalkant dan hou je best wel even in als er een tegenligger komt. Wat je vooral doen moet is regelmatig een pauze inlassen.

















Om van de omgeving te genieten. Hoe hoger we komen hoe schitterender het wordt. In reusachtige slalommen komen we steeds hoger. Diep beneden verdwijnt Val d'Isère, een wintersportplaats waar nu niets te beleven viel.
Halverwege is een stopplaats waar je zien kunt welke bergen je omringen. Majestueuze toppen van bijna 4000 meter zien we, elke vorm is weer anders, elke lichtval geeft zijn eigen bekoring.
Ademloos genieten is dit.

Er is weinig tegenverkeer. Het gros bestaat uit motorrijders (die je niet alleen tegemoet komen maar ook inhalen) en wielrenners. Hier oefent wellicht de crème de la crème voor de Tour de France, hoewel er volgens ons ook nogal wat midlifebewijzers tussen zitten. Boven op de col is het druk. Hele groepen motorrijders en wielrenners. Voor de laatsten ook nog verzorgingsfaciliteiten. Ieder laat zich trots fotograferen voor het bord waarop naam en hoogte van de pas vermeld staan.
De lucht is ijl, dat is te merken. De zon straalt en een blauwe lucht maakt het bereiken van dit hoogtepunt tot een feest.

Wie een blik naar beneden werpt ziet het serpentineachtige van de wegen duidelijk. Motoren slingeren zich er bijna overdwars doorheen, enkele andere campers zie je voorzichtig manoeuvreren.
Het is allemaal even mooi en het duurt dan ook even voor we naar beneden gaan.Tussen muren van sneeuw dalen we af. Met het smalle valt het alles mee. Eerlijk gezegd was de afdaling van de Roselend veel smaller, terwijl daar zelfs nog vrachtverkeer bezig was.
Onderweg pauzeren we opnieuw wanneer we een blik kunnen slaan in het andere dal. Deze pas moet u niet missen! Adembenemend, woorden schieten tekort. Wie enigszins benauwd is om langs een afgrond te rijden is wel gewaarschuwd. Overigens is het nergens echt gevaarlijk, dit om u de moed niet te ontnemen.





In het dal aangekomen overvalt ons de hitte. Op de doorgaande weg is het drukker. Dromerige dorpjes doen we even aan. We kijken even rond in Bonneval en Bessans.
Dorpjes die als een stilleven liggen te liggen. In de hitte van de dag dwalen we door de stille nauwe straatjes. Opvallend in dit dal is de betekenis en plaats van de duivel! Kennelijk iets typerends voor deze streek volgens allerlei handboeken. In Bessans blijkt de invloed ervan merkbaar aanwezig in allerlei soorten houtsniijwerk, tot en met de duivelsfontein midden op het plein.
Hoewel, tegenover dat plein ligt de kerk (uiteraard is die ook overal aanwezig). Voor die kerk is een merkwaardig kruis opgericht. Een kruis waar dit keer geen Christusfiguur hangt, maar waar alle voorwerpen die iets rond de kruisiging betekend hebben - en die in de evangeliën te vinden zijn - uitgebeeld worden. Heel orgineel. Theologisch zat er echter een grote misser tussen. Bij de omschrijving van de speer waarmee Jezus'zijde doorboord werd staat namelijk: hiermee werd Jezus' hart doorboord.
Ai, de pastoor van die plek heeft de beschrijving waarschijnlijk nog niet goed bekeken...



We komen dan op de N6 uit. De weg slingert zich door allerlei kloven. Vlak voor Modane is het zaak even te stoppen bij de duivelsbrug. Jawel, ook hier weer duikt de duivel op. Oostenrijk heeft hier na de tijd van Napoleon een fort gebouwd om te voorkomen dat Frankrijks macht zich opnieuw zou uitbreiden. Over een adembenemende, diepe en nauwe kloof is een brug gebouwd waar je hoog boven het water aan de overkant bij dit fort kunt komen. De naam van de brug, Pont du Diable, is ontstaan omdat de bouwer zogenaamd een pact met de duivel had gesloten. Het moet ook niet niks geweest zijn uitgerekend hier een brug te bouwen.

Pas, pas en nog eens pas
Ons plan was om door te gaan tot de Col de Lautaret en daar te overnachten.Een aanrader volgens anderen. Achteraf bezien was de rit erheen - met alles wat we onderweg nog gezien hebben - net iets teveel voor een dag. Want wat blijkt (dat heb je als je de kaart niet helemaal goed bestudeert)? Als we aankomen in St. Michelle de Maurienne zijn we afgedaald naar 500 mtr. De weg naar de Lautaret leek ons één weg naar boven te zijn. Maar eerst komt er een kleine pas, Col du Telegraph, slechts 1566 mtr. Daarna nog eens een echte: de Col du Galibier met 2646 mtr bijna net zo hoog als de Col d'Iseran. De derde dus van deze dag. En vandaar dalen we dan af naar de Col de Lautaret.
Die Galibierpas is een één woord magnifiek. En eerlijk gezegd met veel smallere wegen dan d'Iseran. Boven wordt het zo steil, dat voor de laatste 150 mtr een tunnel door de berg is aangelegd. Maar wij nemen uiteraard de hele Col. Je komt voortdurend woorden tekort om de schoonheid van deze bergwereld te beschrijven. Ook al bestaat ze bovenin alleen nog maar uit rots en sneeuw. Elke stukje is weer anders, elk kijkje om een hoek of in een diepte levert weer een nieuw adembenemend gevoel op. De schepping, Gods schepping, in haar onverstoorde reinheid, majestueus, indrukwekkend. Om stil van te worden.

Als we even later afdalen slingert de weg zich weer op wonderlijke wijze langs ijzingwekkende steile hellingen. Enige tijd later zien we de Col waar we heen gaan liggen. Het vreemde is dat we dit keer afdalen naar een pas. Van bovenaf lijkt dit geen pas, maar het is een pas op de oost-westverbinding tussen Grenoble en Briançon waar we op uitkomen. Hier liggen enkele restaurants en daarachter is ruim plek voor veel campers. Hoog en koud in de nacht. Als we er uiteindelijk staan zijn we doodmoe maar voldaan. Het licht gaat vroeger uit dan normaal.
Top - naar week 2