|
Welkom
op de speciale vakantiepagina's van de Griekenlandreis 2005 !
Van noord naar zuid Inleiding
|
Aanloop Met de stress van de laatste dagen nog in de benen zijn we vertrokken uit Barneveld. De camper is weer gereed en bepakt en gezakt. Gereed om voor vier weken ons domeinte zijn. Om naar onbekende verten en streken af te reizen. Om die te doorkruisen en te ontdekken. Streken tussen Thessaloniki en Korinthe (of Corinthe), waar Paulus tijdens zijn tweede zendingsreis vanuit Filippi en langs Athene heenging. Overigens zal Filippi voor ons net te ver zijn en laten we Athene (letterlijk) links liggen omdat die stad afgezien van het Parthenon niet echt interessant is en zeker te heet. Het gemak van de camper dient zich al direct aan als we pas rond de klok van achten s avonds vertrekken en doorrijden tot net na het middernachtelijk uur om dan, op een plek waar nog enkele campers hun stek hebben gevonden, de eerste nacht door te brengen. En op een bankje gezeten aan de oever van de Rijn, glaasje in de hand, genieten we zo van de nachtelijke geluiden. De rest van de reis verloopt voorspoedig. Files zien we behoorlijk veel, maar steeds in de goede starichting. Onderweg pauzeren we op leuke plekjes, o.a. aan het Vierwoudstedenmeer, bij Flüelen. Je moet Zwitserland immers niet voorbijrijden zonder even de blik op de bergwereld te hebben laten rusten. De vermelding in de voor camperaars beroemde Facile-en-route-gids van een overnachtingsplek even beneden Milaan brengt ons in een afgelegen gehucht waar niets te ontdekken valt en we de camper dan op het plein bij de kerk parkeren. Op
tijd, tegen tweeën, komen we die vrijdagmiddag aan in de haven van
Ancona, alwaar de boot ons straks (afvaart 17.00u ) naar de overzijde
zal brengen. Onvoorstelbaar steeds weer als je de rijen vrachtwagens,
personenauto's, bussen, caravans en campers ziet die straks de buik'
van de boot zullen binnenrijden. Dat zo'n kolos nog varen kan! De eerste mag rond kwart voor vier de boot op en het duurt tot vijf uur voordat alles binnen is. Het typische ik-eerst-en-dan-de-rest-syndroom komt hier naar voren als kwart voor vijf het langzamer gaat en er nog steeds rijen auto's staan. De gedachte dat je niet mee zou kunnen betekent voor sommigen enorm voordringen en voor anderen tekeer gaan tegen de stewards dat "ze dat niet zien en zij er toch eerder waren". Vanaf het negende dek, waar we dadelijk gaan genieten van de afvaart en het verdwijnende Ancona, een vermakelijk gezicht. Tenslotte is toch iedereen binnen, behalve de drie auto's die aankomen als de loopbrug net omhoog gaat. Zelf hebben we een plek helemaal voor de (open) achterkant van de |
boot op het camperdek. Alhoewel, als die loopbrug omhoog is beneemt die
een deel van het uitzicht. Op dit dek, toegankelijk met een speciaal pasje
kun je van eigen camper of caravan gebruik
blijven maken. Een veerboot is een wereld apart, waar je al spoedig in verdwaalt,
daarom kijken we eerst hoe het in elkaar steekt. Opvallend is dat we geen
enkele keer Hollands horen spreken en ook geen enkel Nederlands nummerbord
zien. Nederlanders hebben kennelijk Turkije ontdekt (althans twee steden
daarvan) en de kust van Kroatië. Of ze zoeken de Griekse eilanden op.
Maar juist een tocht over het vaste land van Griekenland biedt te kust en
te keur voor natuur- en cultuurliefhebbers. Dat weten we van een eerdere
vakantie. En daar gaat ons hart dus nu weer naar uit.De nacht op de boot - hoe ideaal ook om in eigen bed te kunnen slapen! - is er niet een van diepe rust. Grommende motoren dreunen de hele nacht door en het schommelen schudt je herhaaldelijk wakker. Al vroeg staan we op, omdat de boot om half 9 in Igoumenitsa zal arriveren. Tijd dus nog even
voor een ontbijt, voor wat praatjes met Duitse en Italiaanse buren en het
uitkijken over de zee naar de kust van Albanië aan de ene zijde en
Corfu aan de andere zijde. Platanen Voor we het weten rijden we de veerboot af en de Griekse bodem bij Igoumenitsa op. Het is een echte havenplaats; langs de boulevard een aaneenschakeling van taverne's en restaurantjes. Niet echt Grieks en daarom geen stad om te blijven. Terwijl de meesten van de boot (voorzover hier uitgestapttenminste, het grootste deel ging dit keer verder naar Patras, waar wij straks weer hopen op te stappen) snel richting Ioaninna en Meteora verdwijnen gaan wij niet direct achter alles aan, maar willen eerst een paar dagen rust nemen. We volgen de kustweg richting Sagiada, een weg van een kilometer of 20 naar het noorden, die voor de Albanese grens eindigt. Een schitterende weg die al direct ons in de betoverende stemming van de Griekse kust brengt, rotsachtig met hier en daar kleine strandjes, hoewel niet altijd erg toegankelijk. Het blauw van de zee schittert, in de verte zien we Corfu liggen. Soms een kudde geiten of een paar koeien op de weg voor je. Genietend van het uitzicht, van de veer- en cruiseboten die langsglijden en kleine slaperige dorpjes, zo begint de tocht pas echt. We rijden eerst tot vlak bij Albanië en zakken weer wat af. Dan zien we ineens een prachtig plekje direct aan zee - vlak bij Sagiada - waar al een camper staat. En zowaar binnen een paar minuten hebben we onze camper ernaast gestald en staan we onder enkele platanen en zitten even later met de voeten in de zee te staren over de verbluffende baai waar slechts een enkele toerist te vinden is. Op een website van iemand anders had ik al eens gelezen van een dergelijke plek in deze omgeving. Laat uit de foto's van die website nu blijken dat we op exact hetzelfde plekje staan! Er is zelfs stromend water aanwezig in de vorm van een (kapotte) douche.
![]() Het dringt weer tot je door dat het leven in de wereld je soms zo opslokt en in beslag neemt dat je er nauwelijks aan toe komt te genieten van de geweldige prachtige schepping van onze hemelse Vader. In een wereld vol tegenstellingen en geweld komt zo´n plekje zo in contrast te staan met de wijze waarop veel mensen in deze wereld bezig zijn. Het contrast wordt nog scherper: want aan de ene kant is er de blauwe zee, die zachtjes kabbelt, de zon die langzaam wegzakt en de lucht rood kleurt, de veerboten die tegen de achtergrond zwak hun motoren laten horen. En aan de andere kant is er de realiteit van het boek dat ik lees: Ontvoerd, van Arjan Erkel, 607 dagen tussen leven en dood. Zijn relaas van Dagestan en Tjetsjenië, van een wereld waarin moord en doodslag normaal is, waarin het leven geen waarde heeft en slechts de zucht naar macht en geld voorop staat. Hoe is het mogellijk dat iemand zo twee jaren van zijn leven heeft door moeten brengen. Wat een contrast met dit stille plekje aan zee. En hoe vaak gebeurt het niet zo in onze wereld. Die twee zaken strijden met elkaar als water en vuur. Dat maakt het des te moeilijker. Waarom kan de mens niet in vrede met zichzelf en zijn omgeving leven? Waarom ziet hij niet hoeveel er in de wereld te genieten is? De zondeval heeft veel vernield, zolang ons hart altijd maar meer wil zal het altijd zo blijven. Paradijsjes zoals we hier hebben aangetroffen leren je weer eens heel eenvoudig te leven en genoeg te hebben aan een beetje eten, wat drinken en de tijd. Tijd om te lezen en bij te komen na alle drukte. Tijd voor elkaar.
Afval We gaan als na weer een hete dag de eerste wolken aan de hemel verschijnen, richting Ioaninna. Via de bergen willen we de kortste route nemen. Op de grote doorgaande wegen zijn normaal de richtingsborden zowel met Griekse als met Latijnse (westerse) letters aangegeven. Elders meestal alleen in het Grieks. Nu beheers ik de Griekse taal wel, dat is het probleem niet, maar de bewegwijzering is af en toe bar slecht. En bovendien is niet de grote plaats aangegeven waar jij heen wil, maar de eerstvolgende plaats waar de weg heengaat. En dat heb je niet altijd in de gaten of de kaart geeft die plaats niet aan. Tot Filiates gaat het goed. Na een tijdje verdenk ik zelfs het kompas ervan een verkeerde richting aan te geven - het zegt dat we naar het westen rijden terwijl we naar het oosten moeten - maar als we dan in de verte de zee weer ontwaren is duidelijk dat het kompas het toch bij het rechte eind had. Het duurt dan ook even voordat we op de juiste weg naar Vrosina zijn. Het wordt een prachtig berglandschap van typische Griekse bergen. Totaal anders dan in de Alpen. Afwisselend, kaal, boeiend. Bergen die aandoen als bergen uit kindertekeningen. Net grote zandhopen, neergeworpen op hopen naast elkaar. Met wegen als serpentines er omheen gewikkeld. Gewoon de ronding van de berg volgend. En natuurlijk het nodige vuil. Ongelooflijk, verschrikkelijk en onverantwoordelijk die gewoonte van de Grieken om alles maar neer te gooien. Elke parkeerplaats bezaaid met afval. Niet alleen het nodige aan dozen en schillen, maar ook gewoon huishoudelijk afval. Zomaar midden in de bergen neergeworpen huisraad, witgoed, auto's. Noem het maar op en je vindt het wel. Volgens ons moet de vuilnisophaaldienst hier een luizenbaantje hebben en tegelijk zo duur zijn dat niemand er gebruik van maakt. Het is een groot minpunt temidden van geweldig natuurschoon. Onderweg veel kapelletjes. Ook in miniatuur. Maar dat zijn meestal verkeersongevallen-herdenkingshuisjes. Dat wil zeggen dat er iemand dodelijk verongelukt is. Dat Griekenland het hoogste aantal verkeersongevallen binnen Europa heeft zie je al heel spoedig. Vooral als er soms wel vier of vijf kort na elkaar staan.
![]() ![]() Kappelletje boven op een top Geiten genoeg onderweg Aan het meer in Ioannina Ioannina Maar toch, die sfeer onderweg. We passeren uiteraard verschillende dorpen. Met terrasjes waar de Grieken zitten, kletsen en kijken naar wat voorbijgaat. Een leven dat rust uitstraalt. Al kan het ook een teken van nutteloosheid zijn in afgelegen dorpjes in berggedeelten waar het bruisende leven tot volledige stilstand is gekomen. In Ioannina (zie kaart voor het vervolg van de reis), een bruisende stad in een vlakte rond een meer rijden we door de stad en zoeken eerst een internetverbinding en daarna de camping op. Het eerste lukte nog niet. Het tweede wel. De bewolking die we aan de kust op afstand al zagen aankomen (en waarvan een nieuwkomer die net van de boot kwam vertelde dat er in Italië noodweer was) heeft nu ook Griekenland enigszins bedekt. Maar het blijft droog en ruim 25 graden, d.w.z. om 23.00u 's avonds als we onze plannen voor morgen bespreken en binnen moeten zitten vanwege
de vele muggen. We snakken naar nog meer wind, maar genieten van het prachtige
weer! De volgende dag zit de lucht echter dicht en krijgen we af en toe
wat regen. We wachten af. Het blijft voorlopig de enige regen. In ieder
geval hadden we besloten een dagje Ioannina te doen.Onze ervaring met Griekse steden is totnutoe steeds geweest dat er weinig stedenschoon is te vinden. Zo rijk aan cultuur de Griekse oudheid te bieden heeft, zo smakeloos komen de meeste steden over. Voor stadsbezoeken hoef je in ieder geval niet naar Griekenland. De dorpjes op de eilanden schijnen daarentegen totaal anders te zijn. Ons beeld van de steden wordt in Ioannina destemeer bevestigd. Een ratjetoe aan bouwstijlen. Ieder bouwt kennelijk naar eigen goeddunken. Natuurlijk, dat heeft z'n charme. De vele winkeltjes met snuisterijen, (zilveren) sieraden en ijzerwaren geven zo'n stad best wel wat uitstraling. Maar qua bouwstijl is het een allegaartje, bijgebouwd, aangebouwd, uitgebouwd en opgebouwd. Naar eigen goeddunken kennelijk. Uitsteekseltjes en frutseltjes, hoeken en punten, aanhangsels en uitbreidingen, uithangborden, opschriften, reclameborden, eigen stijlen van steen en sierwerk. Ieder z'n eigen soort stoep voor de deur, hoog of laag, waar je dus voortdurend uit moet kijken, om kuilen heen moet zeilen en waarschijnlijk nooit de gemeente
aansprakelijk zou kunnen stellen voor val- en breekpartijen. Een ongelooflijke
verzameling en dat temidden van bouwvallen en ruïnes. Wanneer de welstandscommissie van de gemeente Barneveld (of welke NL-gemeente dan ook) hier aan het werk zou moeten, zou ze in wanhoop de handen voor de ogen slaan en onmiddellijk afreizen naar de Zuidpool. Ik besef totnutoe best een aantal negatieve aspecten te hebben genoemd. Ze zijn er. Maar ze komen niet in mindering op het aantrekkelijke van Griekenland, op de sfeer van de oudheid, op het besef op de bodem te zijn van de Westerse beschaving. Wij menen als Nederlands volkje wel een heel eind iedereen vooruit te zijn (en dat lijkt dan ook weer zo als je het verhaal leest van de Griekse bouwmethodes) maar in de tijd dat wij nog in onze schaapsvellen rondstruinden, met knuppels elkaar de hersens insloegen en probeerden om een paar vierkante wielen uit te vinden en in rotsholen verscholen zaten, zat men in het oude Griekenland rondom mensen al Socrates te luisteren naar diens wijsheden en debatteerde men over de democratie en andere bestuurlijke zaken. Bouwde men theaters en geweldige burchten, legden aanzienlijke graftombes aan. Ontwierp Archimedes in bad de eerste veerboten toen hij ontdekte hoe de opwaartse druk gelijk is aan het gewicht van de verplaatste vloeistof. En rekende Pythagoras met een simpele formule uit hoe lang de schuine zijde van een driehoek was. Kende de kerk een rijk bloeiend leven. Ons bestaan was denk ik een bestaan in rooksignalen en rotstekeningen gebleven wanneer de ontwikkelingen aan onszelf waren overgelaten. En daarvoor kom je o.a. hier in Griekenland. Om dat weer even te binnen te brengen. En daar over na te denken. En
bijv. ook om de rust die de bevolking uitstraalt. Misschien juist daarom
dat het ze allemaal niet schelen kan. Dat huizen half-afgebouwd zijn of
dat een benedenverdieping een prachtig winkelpand is, terwijl de bovenverdieping
half in elkaar gezakt is van ellende. Wat maakt het uit? Als we maar van
het leven genieten kunnen. Iets dergelijks straalt de bevolking wel uit.
Nog zo iets: bekijk de Griekse etalages eens en je krijgt de schrik van
je leven. Opslagruimte, meer is het vaak niet. Alles neergeworpen om zoveel
mogelijk te laten zien. Ongelooflijk saai en rommelig. De enkeling die wel
z'n best doet valt nog in het niet bij wat we gewend zijn. Soms heeft het
ook iets aandoenlijks. Dat smalle winkeltje, met dat oude baasje, die net
voor de siësta alles weer moet binnen zetten om het er straks weer
uit te halen. Rekken vol met spullen met een houdbaarheidsdatum uit het
midden van de vorige eeuw. Tegelijk een nostalgie uitstralend, waarvoor
je graag het winkeltje binnen zou lopen zonder iets te kopen.Dat was Ioannina. Jammer dat men aan de aantrekkelijke kanten niet meer heeft gedaan om het toerisme te bevorderen. Aan de kade langs het meer bijv. een aanbod van rondvaartboten, maar slechts Griekse teksten. De buitenlander begrijpt er dus weinig van. En het enige prachtige oude van Ioannina: de oude muur, toren en poort, de oude citadel, ooit de kern van deze plaats, ze zijn zo verwaarloosd, vol onkruid, struiken en scheuren. Een gerestaureerde muur met de beide poorten zou een juweeltje zijn en nog meer toeristen trekken. Achter die muren, binnen de citadel, daar verwachtten we de echte' oude stad. Maar ook dat was een afknapper: al weer geen enkel echt oud gebouw en wel alles verwaarloosd. Wat extra tips om naar Griekenland te gaan met de camper? klik hier... |