Vervolg "Rondje Peleponessos" - pagina 2
Binnenland
Rond half elf verlaten we de camping (3800GDR p/n, ong. 11 Euro). We storten ons met alle moed in het verkeer en proberen ons aan de verkeersregels te houden. Een vrachtwagenchauffeur wordt er bijkans wanhopig van dat we de max. snelheid aanhouden en niet op de vluchtstrook gaan rijden. Ook anderen proberen dat aan die buitenlanders uit te leggen. Om Europees te worden moeten de Grieken nog heel wat leren. Ook wat betreft het zwerfvuil. Afschuwelijk zoveel plastic, blik en ander afval. Tot in het meest afgelegen dal bij de eenzame monniken! Na de omgeving van Patras achter ons gelaten te hebben, rijden we richting Olympia. Het wordt rustiger, het landschap mooier. In Olympia zoeken we de gelijknamige camping op. Dit keer een (overdadige!) sinaasappelcamping. Daar stallen we de camper vast en gaan de ruïnes van Olympia bezoeken. Eerst het Olympiamonument met het altaar voor de olympische vlam. Een nietig en lelijk ding, een tegenvaller. Maar toch...
Sinds 1928 brandt er bij alle Spelen een Olympische vlam. Dat vuur komt telkens uit de Griekse stad Olympia. Daar maakt men het vuur met een lens. De zonnestralen schijnen door de lens, zo ontstaat het vuur dat via een fakkel uiteindelijk aankomt in het land van de Spelen. Hoewel we absoluut niet sport-minded zijn vinden we het toch interessant de plaats te vinden waar het Olympisch vuur elke 4 jaar ontstoken wordt.
In het oude-Olympia bewonderen we de ruïnes, de geschiedenis er achter en de tempel van Zeus. 's Avonds zwemmen we in het zwembad op de camping, eten allerlei vruchten die daar groeien en barbecuen opnieuw. We zijn zowat de enigen op die camping. Als Ada na het zwemmen en het biertje even slaapt, ga ik even het dorp in om vlees te kopen en een internetcafé te zoeken...... Als het om half twaalf stil en donker is - en heet - duiken we nog een keer het zwembad in.
Lousioskloof
We verlaten Olympia en duiken verder het binnenland in. Het wordt bergachtig, vreselijk bochtig en mooi. De versnelling komt voorlopig niet boven de drie, maar we hebben de tijd. Op een zeker moment staan we zelfs stil voor twee schildpadden die oversteken. Via Langadia (waar we even van de dorpse sfeer genoten en Ada voor dertien gulden een nieuw kleed voor de keukentafel kocht) en Dimitsana gaan we vlak voor Stemnitsa de weg op naar de Lousioskloof (vlak ná Dimitsana kan ook, maar de wandeling naar het klooster is dan veel langer). Een duizelingwekkende tocht naar beneden begint.
De tocht is het waard. Beneden op de parkeerplaats in de kloof gaan we te voet verder en bereiken al gauw het klooster "Monastery Johannes Baptist". Een merkwaardig tegen de rotsen gebouwd klooster. De woningen hangen tegen de rotsen. Een enkele scheefgezakte extra gestut. De rotsen zwart berookt door de kachels. We werden hartelijk welkom geheten maar moeten lange broek resp. rok aantrekken om aan het kledingvoorschrift te voldoen. Zoals het hoort. We treden immers hun wereld in. Binnen waren we vrij om te gaan, maar we voelden ons toch een beetje pottenkijkers. In een soort huiskamer mogen we zitten, iets in een boek schrijven en krijgen we wat te drinken.
Kennelijk krijgt iedereen koffie (van anderen gehoord en hier gezien) maar voor ons is er alleen water. Maar goed....gastvrijheid is er. Een opmerkelijke kapel is in de rotsen uitgehouwen. Volledig als kapel ingericht, met fresco's e.d. Echt orthodox. Met slechts 12 zitplaatsen!
We dalen nog zo'n 400 meter verder om aan de rivier onze voeten te verkoelen. Dan klimmen we alles weer naar boven. Na drie kwartier plus weer 400 meter omhoog zijn we doodop maar een grote ervaring rijker. Prachtig!
Wat doen we nu? Blijven we op die parkeerplaats overnachten (het is pas half zes) of zoeken we een andere, mogelijk betere, mogelijk geen…. We gaan het risico aan. We klimmen eerst weer 500 meter steil omhoog en gaan via Stemnitsa richting Karitena en slaan in het dorp Ellouka opnieuw af in de richting van een voetpad naar hetzelfde klooster. Vier kilometer verder bereiken we het eindpunt van de weg, bij een antieke brug en enkele ruïnes (Gortis). Na ruim een uur rijden bereiken we dit punt en wat zien we: we zitten nu zo'n 400 meter onder de kapel die bij onze eerste parkeerplaats stond. Dus vlakbij de vorige plek, maar temidden van een eindeloze en absolute stilte. Onbeschrijfelijk....
Veel heerlijker, dichtbij de rivier. Niemand te zien, een heerlijke plek voor ons alleen. We beginnen met een bad in de ijskoude rivier. Dat doet goed. Daarna de barbecue. En tenslotte nog heerlijk genieten van een lange avond en nacht.

Bergbouw
De plek waar we stonden lag geheel verlaten. Nergens was een lichtje te bekennen. Een vroege wandelaar was er kennelijk al wel, want om 6.30 u. werden we even wakker van de eerste auto die wegreed (en dus kennelijk nog vroeger aangekomen was). Om half 8 kwam de eerste vrachtwagen – er werd aan de weg nog gewerkt. Tijd om te vertrekken dus.
Uit het dal ging het nu weer omhoog naar Ellinko en verder naar Karitena. Even buiten die stad - met zicht op de hoog gelegen rotsburcht - hebben we eerst ontbeten. Het werd een echte bergtocht. Opvallend is de afwijkende manier van bouwen van bergwegen vergeleken met de Zwitsers. Ook de bergen zelf doen aan als heuvels, zoals kinderen die tekenen. Daarbij volgt de weg consequent de helling, naar boven of beneden, nergens overbruggingen, tunnels, weggebroken hellingen of grote viaducten. Soms was de weg voor een deel verzakt in de afgrond. Dan werd die gewoon een stuk smaller. Geen noodkreet, geen alarmsignalen, geen wegonderbreking...
Simpel toch? De middenstreep een beetje verleggen, een paar stenen naast het gat. eigen verantwoordelijkheden nemen. Hm...
Hier en daar zijn goede wegen aangelegd, maar vaak slecht berijdbaar met veel gaten en onregelmatigheden. Verder bijna om de andere haakse bocht een verkeersongevallenherdenkingshuisje. Overal waar iemand dodelijk verongelukt is laat men een herinneringshuisje verschijnen. Een religieus gebaar, met enkele attributen gelardeerd, zoals water en olie. En er staan er héél veel. Dat zegt veel.
Vanuit het dal rond Karitena gingen we bergen op die er vanuit de verte kaal uitzagen. Deels was dat aan erosie te wijten maar deels ook aan de zeer grote bosbranden van vorig jaar. Opmerkelijk hoe men de tussenliggende dorpjes heeft weten te sparen. Rondom verschillende dorpjes waren nog enkele groene bomen en verder alles verbrand. Mogelijk heeft men de brandstichter-methode toegepast (een gedeelte tevoren beheersbaar aansteken voor de grote golf komt!). In ieder geval waren op enkele afgelegen gebouwtjes na, veel gebouwen gespaard gebleven.
Even later arriveerden we in Andritsena. Volgens de reisgids de moeite waard. Dus aan het begin van het dorpje de camper gestald en verder gelopen. Ontzettend veel kleine winkeltjes en uitdragerijen. Weliswaar ademde het dorp niet echt een gezellige sfeer, maar het bezien van al die oude en volgepakte winkels, met de meest merkwaardige combinaties van goederen, was toch wel leuk. Een echte oude hand-plaatwerker wist ons naar binnen te lokken en toonde al z'n kunsten en materialen. Inderdaad echt leuk werk. Met een leuk lampje voor de tuin (GDR 2000, ong. 6 Euro) vertrokken we weer. Nu ging het snel omhoog. Prachtige uitzichten. Een kudde klipgeiten die zelfs op de steilste helling nog stonden te vechten. Uiteindelijk op 1100 meter kwamen we bij een merkwaardig bouwsel terecht: een grote tent boven op de berg met daarin een van de best bewaarde overgebleven tempels: een tempel voor Apollo Epikoureios, de tempel van Vassè. Inderdaad merkwaardig je voor te stellen hoe bijna 2500 jaar geleden mensen in deze tempel aan de afgoden offerden. Hoe kwam men dáár terecht, vraag je je zeker af wanneer je kilometers lang door onherbergzaam gebied bent gereden.
Overigens: onherbergzaam, dat was de hele rit zeker, vooral slecht ingesteld op toeristen. Nergens een parkeerplaats om wat te drinken. Wat dat betreft houdt men in het binnenland nog weinig rekening met toeristen. Al met al, na nog snel een laatste plekje langs de weg - maar zonder uitzichten en met veel afval - gevonden te hebben (8 km voor het einde) kwamen we in Tholo-beach. De camper werd geïnstalleerd, de fietsen grondig schoongemaakt (grijs waren ze!) en nadat ik even in de stoel was ingeslapen gingen we om 17.45 zwemmen, 18.45 fietsen, 19.45 eten, 20.45 de zonsondergang bekijken en nog eens zwemmen, 21.45 SMS versturen en bericht schrijven en om 23.45 slapen.
Top - Volgende pagina