Route
17 blijven volgen betekent minstens zes keer met de veerboot mee.
Wanneer je die boot dan - net als bij ons - vlak voor je neus ziet
wegvaren kost dat een hoop tijd. Op zich niet erg, het is langs de
oever heerlijk genieten, maar we willen onderweg naar de Noordkaap
nog veel zien. Dus wanneer we aan het einde van deze dag in de omgeving
van Brønnøysund eindigen gaan we later eerst weer een
stukje terug het binnenland in om de E6 te pakken naar Bodø.

Maar zover is het nu nog niet.
Eerst een paar dagen van rust met bezoek aan de berg-met-het-gat en
de zondag als rustdag. Na ruim 2500 km zijn zulke dagen van harte
welkom.
Op de plek waar we nu staan, een klein dorpje, een visverwerkingsfabriekje
dat stil ligt en een haventje is een ideale plaats (zie foto hiernaast
met het uitzicht). Buiten is de hele avond (ondanks het dorpje) nauwelijks
meer te horen dan meeuwen en wat koeien....
Het werd overigens wel een nacht met een-en-al regen. Zou het weer
gedaan zijn met het mooie weer? Zouden we het gat-in-de-berg
nog kunnen bezoeken? We gaan eerst ontbijten en voorwaar, het wordt
droog! We krijgen echt de kans dit natuurfenomeen te gaan bezoeken.
We kleden ons aan voor een wandeling omhoog. Het wordt even klauteren,
we merken dat we de laatste dagen teveel gezeten hebben en te weinig
beweging hebben gehad. Daar moeten we dus goed op gaan letten. Maar
even later wordt onze inspanning beloond.
Natuurfenomeen
Mogelijk denkt u: wat maken die zich druk om een gat in de berg? Er
zijn zoveel holen en gaten in bergen, uitgesleten door de
tand des tijds. Jawel, maar een gat van 14m breed, 30 m hoog en 160
m lang is niet zomaar een gaatje. Hoe kan ooit zo'n gat dwars door
een bergwand gevormd zijn? Was het erosie van een zee die eens veel
hoger lag, of van rotsen die veel lager lagen?
Kolkende watermassa's moeten dan wel eeuw in eeuw uit door dit gat
gespoeld zijn om een gat van deze omvang teweeg te brengen. Anderzijds
is er het merkwaardige fenomeen dat op een relatief vlak en klein
eiland hier ineens een berg honderden meters hoog uit het land
omhoog rijst.
Natuurlijk heeft men van dit fenomeen een zekere toeristische attractie
gemaakt door een parkeerplaats aan te leggen en het pad naar dit gat
'enigszins' (meer ook niet!) te accentueren. Heel opvallend was daarbij
ook de plaquette aan de rots met daarin een inscriptie van de tekst
uit Opb. 14:7, een erkenning van de macht van Hem, Die hemel, aarde
en zee gemaakt heeft.
Dit oprijzen van de berg vanaf het eiland kunnen we helaas door de
laaghangende bewolking niet goed in beeld brengen. Maar de structuur
van het beroemde gat van Torghatten moge uit de foto's duidelijk zijn.
Het uitzicht dwars door dit gat heen is in ieder geval geweldig, de
archipel van eilanden typerend voor de fjordenlandschappen. Bovendien
is het moment van het daar vertoeven het meest ideale moment van de
dag, want kort daarop trekt de lucht weer dicht. Menige bui zal er
die dag nog komen. Het tegenovergestelde zal zich die zondag voordoen
als de lucht blauw is en de temperatuur hoog.
Een ander Nederlands echtpaar dat die dag met pech op de camping arriveert
(jawel, we staan voor het eerst niet vrij, maar op een camping) vertelt
dat die zaterdag voor hen de tweede dag met regen was in twee weken
tijd. Zij waren andersom, via Zweden en Finland door 'de noord' getrokken.
We rekenen dus maar op het wisselvallige.
Intussen hebben we de '17' verlaten voor weg 76, terug naar de E6.
Het landschap is zoals altijd heel afwisselend, kilometers door gebieden
waar nauwelijks een huis te zien is, uitlopers van fjorden met prachtige
omgevingen om dan uiteindelijk via een lange tunnel op een hoogvlakte
van enkele honderden meters hoogte aan te komen, een hoogte die de
indruk geeft dat je in de Alpen ergens tussen 2500 en 3000m zou zitten.
Dat verschijnsel heb ik al vaker genoemd, maar blijft toch steeds
boeien. Het bepaalt je steeds bij het totaal andere van dit land,
bij klimatologische omstandigheden die je met heel andere dingen rekening
laat houden dan je gewone verstand aangeeft.
En zo komen we ook weer op de E6 terecht, waar we voor 2 nachten een
camping zoeken. Het weer werkt minder mee, maar we staan perfect met
naast ons een wildbruisende rivier. En als het de volgende morgen
dan, zoals gezegd, weer stralend blauw is, vergoedt dat alles. Bovendien:
's avonds tot tien uur nog een wandeling in de zon maken, dat doe
je thuis niet.
Koffie aan de voeten van 7 zusters
De beroemde E6 volgen we nog een klein stukje, tot net voorbij Mosjoen.
Daar zoeken we dan de '17' weer op door richting Sandnessjoen te rijden.
Een schitterend gebied. Langs prachtige fjorden gaat het, waar zoveel
indrukken van de pracht van de schepping op je af komen dat je het
maar nauwelijks bevatten kunt. Niet voor niets wordt Noorwegen telkens
weer geroemd als een land vol van ongerepte schoonheid, waar maar
weinig andere Europese landen tegenop kunnen. Vooral de stilte, het
overweldigende, de wolkenpracht! Onderweg zijn er steeds weer voldoende
stopplaatsen en daar maken we gretig gebruik van. Mosjoen en Sandnessjoen
zijn op zich geen plaatsen met grote bezienswaardigheden (de achthoekige
kerk van Mosjoen is van buiten wel uniek, maar is helaas niet open),
maar het dwalen door zo'n stadje en het vertoeven aan de haven is
op zich al een genot. En wat te denken van de wolkenpracht die als
een deken op de bergen tegenover Sandnessjoen is gelegd, terwijl het
overal de hele dag een stralende blauwe lucht is! Wolken die als een
saus over de toppen zijn uitgegoten. Machtig! Wat kan de schepping
toch groots en indrukwekkend wezen. Je staat er elke keer weer versteld
van. Intussen zijn er natuurlijk nog veel meer dingen die we zien
en die in dit verslag niet vermeld worden. Je kunt niet alles noemen.
Aan de tegenoverliggende kant zien we zo een merkwaardige bergketen.
Eén lange bergrug met zeven ongeveer even hoge toppen. We besluiten
een weg in die richting, wijzend naar een parkeerplaats, te volgen
om een kopje koffie te zetten. Dan blijkt dat die bergtoppen de 'zeven
zusters' heten.... Elk rond de 1000m hoog. Elk met een eigen naam,
twee die bijna aan elkaar vast zaten en bijna identiek waren heten
dan ook inderdaad de 'Tvillingene'. Dat verstaat u wel... De Noorse
taal is trouwens een taal die je als Nederlander redelijk kunt lezen.
Uit heel veel woorden haal je direct de betekenis.
Wat denkt u dat een 'opphoyd gångfelt' is. Een "opgehoogd
gangveld". Duidelijk? Gewoon een zebra op een verhoging, een
drempel dus. Met een beetje logisch denken kom je er vaak uit. Alleen:
je moet het die Noren niet horen uitspreken, want dan versta je er
niets van. Als ze alles maar gewoon op z'n Holland uitspraken, dan
was conversatie toch wel veel makkelijker geweest.
Weg 17 nu vanaf Sandnessjoen naar het noorden te blijven volgen zou,
zoals gezegd, veel veerboten betekenen. We gaan daarom maar weer eens
slingerend door het land. Hoewel we ook dan wel een veerboot moeten
nemen. Die van Levang naar Nesna. Het is maar een klein stukje. Als
we bij de pont aankomen slaat echter de schrik om het hart. Er staat
een hele lange rij. Bovendien blijkt de veerpont pas over vijf kwartier
te vertrekken (terwijl het al 's avonds 7 uur is) en wat nog erger
is: er staat een kolossaal zwaar transport met bijzondere begeleiding
vooraan. Onder een van de vrachtauto's tel ik 42 banden! Moet en kan
dat allemaal op die boot (zie foto)? En zinkt die dan niet, vraagt
mijn vrouw? Al wachtend in de rij koken we het avondeten en als de
boot komt blijkt inderdaad hoe ontstellend veel vracht zo'n boot kan
hebben.
We halen veilig de overkant.
In Nesna denken we aanvankelijk op een vrij gedeelte van de kade te
kunnen blijven staan. Een gesprek ontspint zich met een bewoner (een
Irakese Koerd) van het nabijgelegen asielzoekerscentrum. Hij blijkt
2 jaar in NL gewoond te hebben. Daar werd zijn asielaanvraag afgewezen
en nu probeert hij het in Noorwegen. Hij is de Nederlandse taal nog
aardig machtig. Even later komt de havenmeester ons vertellen dat
er nog (veer)boten zullen aanmeren, dus dat we daar niet kunnen blijven
staan. We vertrekken en daar hadden we geen spijt van. Want een eind
verderop en hogerop als de weg zich omhoog heeft geslingerd naar de
Sjonfjellet, ontdekken we een parkeerplaats waar we een uitzicht hebben,
zo grandioos, zo overweldigend dat we er geen moment over hoeven te
denken om daar te blijven. We kijken van grote hoogte naar alle kanten
in fjorden en tegen bergruggen aan, daar boven straalt de zon nog.
In één woord schitterend. |
|
Mijmeringen
aan de zijlijn
Het valt me altijd
op campings weer op met welke verschillende verwachtingen of gedachten
mensen op vakantie gaan. Of soms ook: wat hen beweegt te gaan kamperen.
Heel verschillend is de 'uitrusting' waarmee men op reis is. Varierend
van heel primitief tot waanzinnige luxe. Nu zal ieder daar eigen redenen
voor hebben, waar ik niet over oordelen zal. Vakantie is echter wel
zoiets als: helemaal los van thuis zijn, terwijl sommigen hun hele
huis te lijken hebben overgeplant naar hun vakantieverblijf. Je verbaast
je er af en toe over wat sommigen aan materiaal bij zich hebben, van
miniatuur-wasmachine, miniatuur-oven, miniatuur-friteuze naar miniatuur-magnetron,
een aanhangwagen achter de camper voor een Smart, een op-afstand-bestuurbare-caravan
om goed in te parkeren (voor gehandicapten overigens een uitkomst!)
en natuurlijk niet te vergeten de onvermijdelijke schotelantenne die
direct na aankomst gericht wordt om de laatste roddels over de sterren
te kunnen ontvangen. Wat me ertoe brengt in een verslag over de Noordkaap
dit allemaal te schrijven: omdat het me opviel hoe weinig mensen ook
(of juist nu!) tijdens de vakantie de tijd nemen om een boek te lezen
of op andere wijze bezig te zijn. Ik dwing er niemand toe, maar het
kan zo 'onthaastend' zijn. Vandaar even mijn ontboezemingen.
Zelf spaar ik boeken op tot vakantie. En over dat eerste boek waar
ik aan begonnen ben wil ik het hebben. Het is niet zomaar een boek,
want het bevat ruim 1200 bladzijden. Het is het laatste boek van Geert
Mak, "In Europa", en gaat over het 'Reizen door de 20e eeuw'.
Alleen gaat het niet over vakantiereizen, maar over dat wat de geschiedenis
van de 20e eeuw ons brengt. Op zich misschien helemaal niet interessant
om dit in een vakantieverslag te vermelden, ware het niet dat juist
in verband met deze vakantie het mij trof dat Geert Mak in dit boek
schrijft aan de hand van bezoeken die hij aflegde aan de verschillende
steden van Europa die voor de geschiedenis van belang zijn geweest.
Daarbij komen praktisch alle landen van Europa aan orde .... behalve
... u raadt het al: Noorwegen. Jawel, het wordt enkele keren genoemd
i.v.m. de 2e Wereldoorlog en de felle invallen en aanvallen die het
daarbij te verduren heeft gehad, maar als land dat van enige invloed
geweest is op Europa's geschiedenis wordt er geen gewag van gemaakt
en werd geen bezoek afgelegd. Is dat terecht?
Als leidende partij heeft Noorwegen zeker geen grote rol gespeeld.
De vraag is echter of de gang van de geschiedenis van Noorwegen ons
toch niet veel te leren heeft. Het land is niet voor niets een land
geweest dat neutraal wilde blijven en (net als Zwitserland, dat hij
overigens ook niet noemt) totnutoe buiten het verenigd Europa bleef.
Je kunt daarvan denken wat je wilt (het weer moeten rekenen in NOK's
in plaats van in Euro's is ook niet niks), maar het zegt wel iets
over het niet willen opgeven van eigen nationaliteit en eigenheid.
Daarbij staat de individuele mens meer op de voorgrond dan in de massaworst
van Europa, waar alleen het commerciele belang telt en vandaag nog
steeds de machtshebbers de dienst uitmaken.
Zou het niet zo moeten zijn dat de landen die juist bewust zich van
de grote geschiedenis hebben afgehouden meer op de voorgrond moeten
staan dan landen die mensen alleen maar als kanonnenvoer hebben gezien?
Dat laatste bepaalt namelijk de lijn van Mak's boek. Misschien kunnen
we van die landen meer leren dan van de voorbeelen van verziekte geesten
die de drijfkracht achter veel ellende waren.
Noorwegen had alle reden zich rustig te houden. Pas in 1905 werd Noorwegen
echt zelfstandig. Wie de geschiedenis van Scandinavië leest ziet
hoe ook daar de machtsverhoudingen steeds een geweldige rol hebben
gespeeld. Eerst Denemarken en later Zweden heersten over Noorwegen.
Daarbij was Noorwegen onbetekenend doordat juist in de Middeleeuwen
de bevolking bijna weggevaagd was door de pest. Dat Noorwegen dus
begin 20e eeuw zelfstandig werd en dat het economisch van belang is
geworden in Europa heeft dus wel degelijk geschiedenis gemaakt.
Ook met zulke ogen kijk je rond als je in Noorwegen op vakantie bent. |
|
Boven op de Sjonfjellet, naar alle kanten uitlopers van fjorden
en een pracht van een wolkenzee...
  
|
We
treffen het met het prachtige weer. Juist daardoor zijn vooral de
wolkenpartijen zo schitterend. En tegelijk overvalt je dan weer dat
vreemde als je 's avonds om twaalf uur vanaf je bed dan nog naar de
schitterende kleuren in de lucht ligt te kijken en ziet hoe de zon
alles in vuur en vlam zet. Het lijkt maar niet op te houden, elke
keer is er weer iets nieuws te ontdekken. Het went inderdaad niet,
dat het om middernacht nog volop licht is en je rustig tot een uur
of één kunt lezen zonder licht aan te hebben. Hoewel
officieel boven de poolcirkel de zon niet ondergaat, blijft dat natuurlijk
zo vlak onder die poolcirkel niet onopgemerkt en valt er van de nacht
niet veel te beleven. Dat de camper goed te verduisteren is, is dan
ook een uitkomst. Intussen zijn nog twee andere Noorse campers op
diezelfde plek komen te staan, maar de mooiste plek hebben wij!
66 graden en 33 minuten
Wonderlijk, die magische lijn, de noordpoolcirkel. Wat stelt het voor?
Eigenlijk niets te zien dan allerlei borden en monumenten dathier
de beroemde lijn overheen loopt.
Maar toch een mijlpaal wanneer je die bereikt. Dinsdag 29 juni om
14.10u was het zover. Ineens ben je op die plek. Weliswaar door mensenhanden
uitgerekend en aangeduid met een bepaalde breedtegraad, maar hoe magnifiek
steekt dat eigenlijk in elkaar dat exact 2/3 van de verdeling van
het noordelijk halfrond gewoon naar de zon in het zuiden zit te kijken,
terwijl de bovenste 1/3 soms naar de zon in het noorden, dan weer
in het zuiden of zelfs helemaal niet naar de zon zit te kijken (tijdens
de poolnacht).
Je kunt het wiskundig berekenen of niet (en het klopt echt wel!),
maar hier heb je weer een van die gegevens waarvan je kunt zeggen:
zo precies zit de aarde in elkaar en het werkt allemaal. Een machtige
Schepper hebben we!
Wanneer welke maat dan ook een ietsje anders was, dan zou het leven
op aarde niet mogelijk zijn zoals het nu was. In de tijd van de Bijbel
hadden de mensen nog het besef dat de aarde plat was en de zon erom
heen draaide en ze hadden geen flauwe notie van breedtegraden en verdeling
van licht en duisternis op noordelijk of zuidelijk halfrond. Maar
ze hadden wel een enorm besef van Gods grootheid en van de kleinheid
van de mens, die vaak meent machtig te zijn en alles kan beheersen.
Zo'n vakantie geeft je ook weer eens tijd om al deze dingen te beseffen.
De razernij van het leven heeft ons vaak aardig te pakken. Zo kwamen
we in het poolcirkelcentrum mensen tegen die met een bus 'even' in
14 dagen
heen-en-weer naar de Noordkaap gingen. Inderdaad, als je wilt, kan
het.
Maar van de omgeving zie je dan niet veel en tijd om alles op je in
te laten werken heb je dan helemaal niet. Natuurlijk, niet ieder heeft
zo ruimschoots de tijd als wij het nu mogen doen, maar wanneer vakantie
iets krijgt van het shoppen van de happenings van de 'leisure-industry'
(huidige naam voor de entertainmentwereld oftewel in gewoon Nederlands:
recreatie), dan blijft er weinig over van de echte betekenis: her-scheppen.
Ook van jezelf.
Goed, we zijn dus op de poolcirkel aangekomen. Daarvoor hebben we
weg 17 weer verlaten en zijn via Mo i Rana (fabrieksstad, wel een
prachtige omgeving) de E6 weer gaan volgen die omhoog ging naar de
Saltfjellet (=hoogvlakte). Op bijna het hoogst punt daarvan (rond
de 650 m) ligt dan de poolcirkel.
En daar staan we dan in een wereld van ijs en rotsen, met een buitentemperatuur
van nog slechts 9,6 graden en af en toe wat lichte regen. Een happening
weliswaar, met veel souvenirs en zo, maar toch, die magische grens
is bereikt. Hier ga je naar een wereld waarin licht en duisternis
totaal andere regels volgen dan je gewend bent. Hier zie je de gevolgen
van het merkwaardige feit dat de (denkbeeldige) aardas scheef staat.
En dat daardoor hitte en kou ongelijk verdeeld zijn. Praktisch niemand,
zeker geen toerist, rijdt zomaar pardoes over deze grens zonder te
stoppen.
Hier moet je dat wel even op je in laten werken.
Aan de andere kant gaat het weer naar beneden. Naast ons kolkt het
water zich diezelfde weg naar beneden om via een van de fjorden straks
zich te vermengen met het zoute water van de grote oceaan. Beneden
in het dal aangekomen staat de buitentemperatuur nota bene weer op
zo'n 19 graden. Dus zo koud hoeft het ook weer niet te worden! We
zijn benieuwd naar wat allemaal nog komen gaat. In Bodø aangekomen
zoeken we eerst uit of we met de boot direct over kunnen steken naar
de Lofoten. Die willen we in geen geval missen.
De Lofoten zijn via land bereikbaar, maar dan moet je eerst honderden
kilometers naar het noorden, om dan op die Lofoten weer helemaal af
te zakken. Wie eerst de Lofoten bezoekt kan dus beter de boot nemen.
Wie onze route bekijkt zal mogelijk verbaasd zijn over de slingeringen.
Maar ons doel is niet enkel en alleen de Noordkaap te bereiken. Zoals
gezegd: de weg is de reis.
Of zoals we op een Duitse camper zagen staan: Der
Weg ist das Ziel ! |
|
|
|
Kleinste
plaatsnaam
De dag van de overtocht wordt een dag van geduld. Er stond al zo'n
grote rij voor de boot dat het de vraag was of we mee konden. Reserveren
helpt hier wel, want die dat gedaan hadden kwamen op het laatste moment
pas aan. Wij hebben 3 uur gewacht, zouden we wel, zouden we niet.
Uiteindelijk zijn we de een na laatste auto die een beetje scheef
nog net achterin gepropt kon worden. Maar we kunnen mee op die drieëneenhalf
uur durende overtocht!
Een grijze lucht en een grijze aankomst, dat wel. Maar hoe dichter
we bij komen, hoe duidelijker de rotsen van de Lofoten zichtbaar zijn.
Ondanks de sterke wind zijn velen naar buiten gekomen en klikt en
snort menig toestel om toch die magische indrukken van die Lofoten
alvast vast te leggen. Hier komt het dan, dit mysterieuze gebied dat
het mooiste stuk Noorwegen genoemd wordt. Met een lengte van 240 km
strekt zich een eilandengroep uit, die vrij plotseling vanuit zee
oprijzen.
Vooral de onderste 4 eilanden
(de echte Lofoten) worden doorsneden door kloven en talloze fjorden
en zeestraten. Een grillig stuk natuurgebied wat vanouds leefde van
de visserij. Een van de belangrijkste visgronden bevindt zich ook
in deze fuik van water tussen de Lofoten en het vaste land, omdat
het water van de Golfstroom daar zorgt voor warmte, die m.n. de kabeljauw
nodig heeft tijdens het paren in de eerste vier maanden van het jaar.
Wanneer je van een afstand die kustlijn bekijkt, vraag je je af hoe
het mogelijk is dat er verkeer kan rijden en dat er mensen wonen.
In een ver verleden woonden er ook alleen maar de vissers die genoeg
hadden aan een baai waar ze aan land een hutje konden bouwen. Veel
van deze overgebleven vissershutten (rorbuer) worden hedentendage
verhuurd aan de toeristen. Tot op de dag van heden zie je hoe op deze
eilanden alleen de kuststrook benut wordt. Nergens in en op de bergen
is bebouwing, bewoning of gebruik te ontdekken. Daar zijn de bergen
ook te steil voor.
Met onze camper gaan we niet zoals het gros vanaf de veerboot rechtsaf
naar het noorden, maar eerst de nog weinig resterende weg naar het
zuiden.
Om daar in het plaatsje met de kleinste naam van de wereld te beginnen,
Å. Op de grote parkeerplaats - waar je eigenlijk niet mocht
kamperen - staan we die nacht met nog 27 andere campers. Kennelijk
wordt het buiten het hoogseizoen (dat die nacht overigens wel begon)
nog toegestaan. Met een avondwandeling maken we kennis met de Lofoten.


Op de pagina met ' reisfeiten'
kunt u de logistieke gegevens van deze reis volgen.
In week 3 zullen we u meer laten zien van deze prachtige eilanden.
Al blijft het natuurlijk waar dat geen enkel beeld helemaal uit
kan drukken hoe indrukwekkend alles was.
Het zou ook leuk zijn een reactie van u te lezen in ons gastenboek!
|
|