|
REISVERSLAG
NOORDKAAP 8 juli - 14 juli 2004
(WEEK 4) Wat is donker ook al
weer?
Deze week zullen we dan eindelijk de Noordkaap bereiken. Wees gerust, degene die zit te tellen en denkt: al over de helft en het doel nog niet bereikt, die hoeft niet ongerust te zijn. Onze heenreis was dé reis. We hebben - zie de route op de kaart!- menig uitstapje gemaakt en bewust een lange aanloop genomen. Straks gaan we met een boog Finland in en is vanzelf de terugreis opnieuw een reis op zich. ![]() Het valt moeilijk om weg te komen daar bij die Jøkelfjordbreen. Ook in de stille ochtend weerspiegelen zich alle elementen prachtig in het stille water van de fjord. Een aanrader dit plekje niet over te slaan. Toch aanvaarden we de terugreis uit dit zijdal en begeven we ons op weg naar Alta. Nog even een kilometer terug om te zien of we in het laatste dorp Alteidet brood kunnen kopen, maar dat is hier helaas niet. Zo rijden we verder en komen even later aan het Langfjorden. Inderdaad, lang, want we blijven hier zo'n 40 km langs rijden. Een prachtige weg, af en toe een paar huizen. De enige winkel die we tegenkomen heeft nog steeds geen brood, zodat de koffie en het brood deze keer lang op zich laten wachten. Even later komen we veel nederlandse campers tegen. Als we uiteindelijk om de immense baai bij Alta heenrijden (je ziet Alta liggen, maar bent er voorlopig nog niet) stoppen we in het plaatsje Talvik om ons lang begeerde brood te kopen. Daar staan nog meer nederlandse campers. Ze blijken allen bij een reis van de NKC (Ned. Kampeerautoclub) te horen en komen van de Noordkaap vandaan. Een gezellig praatje ontstaat. Zij moeten vandaag nog naar Skibotn, terwijl wij tussen daar en hier tweemaal overnacht hebben. Nee, dan toch maar liever niet met zo'n gezelschapsreis, hoewel we wel lid van de NKC zijn. Eigen tempo bepalen. Heerlijk toch! We rijden door Kåfjord, waar nog duidelijk te zien is dat dit vroeger een mijnbouwstadje was met kopermijnen. Met daarachter een geschiedenis van tragiek vanwege een engelse eigenaar die de bevolking uitbuitte. Ook al rijden we nu onbezorgd door allerlei gebieden, telkens weer verbaast de harde realiteit je waaronder mensen hebben moeten lijden. En allemaal gebeurd op plekken die jij nu gewoon passeert alsof er niets aan de hand is. Marteling Het gebied waar we nu zijn is ook bekend als het lappenland. Oftewel land van de Samen. Overal komen we de tenten met souvenirs tegen en de in prachtige klederdracht gehulde Lappen. Prachtig,
echter om een grote armoede te bedekken. Want de bestaansgronden zijn
minimaal, hun leven niet rooskleurig. Ook hierover zijn trieste verhalen
te vertellen. Vlak voor Alta eerst weg 93. Dat is de weg die leidt naar
Kautokeino, de hoofdstad van de Lappen. Zover zullen en willen we niet
komen. Alleen maar een deel van dit dal en nog een zijdal daarvan bekijken.
Vooral de klim naar het hoogste punt van deze weg is een prachtig stuk.
De weg slingert tussen machtige rotswanden door. Bezijden de weg dendert
het water met kracht door een nauwe kloof. Boven aangekomen een langgerekt
meer, waaruit deze rivier ontspringt. Bij een restaurant stoppen we voor
de koffie. We wilden die koffie van de Lappen wel eens proeven, maar helaas
is het restaurant gesloten.De hoofdplaats van de Lappen (nog een 80 km hier vandaan) kenmerkt zich echter door nog iets: het is tevens de hoofdstad van de muggen. Miljarden muggen zwermen er rond. En dat is hier te merken. Want je hoeft maar even iets open te doen en een horde muggen is binnen. Aangezien het binnen war is doen we snel horren voor de ramen.
Je houdt niet voor mogelijk hoeveel muggen in de kortst mogelijke tijd
tegen het gaas aanzitten! Zo ervaren we wat voor plaag deze muggen toch
wel is. Niet te geloven hoe snel ze binnen zijn als je even iets opendoet.
Er is een bijkomend probleem: we zijn bijna door onze watervoorraad heen. En een kraan met het bordje drinkwater' erboven staat verleidelijk voor ons bij dit gesloten restaurant. Ik offer me op. Naar buiten gaan is een ramp, maar er is geen andere oplossing. Er moet een plug aan de kraan, de slang moet aangesloten worden en het water bijgevuld worden. Ik trek m'n vest zo ver mogelijk over m'n hoofd (uiteraard zijn de broekspijpen dichtgebonden) en ga naar buiten. De aanval begint direct. Overal muggen. Je houdt het niet voor mogelijk. Ze dringen achter je brilleglas, in je oren, in je neus en even je lippen van elkaar en je hebt direct een portie samisch vlees te pakken. Ongelooflijk wat een leven om hier te moeten wonen. Geen wonder dat het restaurant dicht is? Ondertussen is nog menige andere auto gestopt (met dezelfde gedachte wellicht) maar allen zijn binnen de kortst mogelijke tijd gevlucht. Toen het martelende water-innemen gebeurd was en alles opgeruimd, kondigde ik aan weer naar binnen te gaan. De deur ging op een kier, ik trok iets verder, nam een sprong, ginng door de nauwst mogelijke spleet naar binnen om deze vervolgens met een smak achter me dicht te trekken. Behalve degenen die in de deur klem zijn komen te zitten, hadden acht muggen het voor elkaar gekregen om in dit recordtempo tegelijk met mij binnen te komen. After bite heeft z'n werk moeten doen. Nee, dit dal verder ingaan doen we niet en we keren terug naar Alta. Daar vinden we net voorbij de plaats bij een klein strandje een plek waar met enkele campers de nacht doorbrengen. Weer aan een fjord. En wat een genot: nauwelijks muggen. Tot laat in de avond zitten we nog buiten. Het lijkt wel niet op te kunnen. O ja, dit strandje is wel de ontmoetingsplek voor de jeugd van Alta. Maar wie denkt aan rondscheurende motoren en luide Housemuziek (bier drinken laten ze vanwege de prijzen wel helemaal uit het hoofd) die heeft het mis. Ze kletsen en volleyballen en vragen je beleefd om een vuurtje (want roken, dat doet zo'n beetje iedereen in Noorwegen). Weet u trouwens wat het domste is wat ik heb meegenomen? ......... Extra gasblikjes voor de gaslamp, terwijl het altijd licht is! Kalotje We zitten inmiddels in de zgn. noord-kalot. Een kalotje is een hoofddeksel van een priester, wel zo moet u het bovenste deel van
Noorwegen ook zien. Meestal hebben we het gevoel dat Noorwegen dat lange
smalle land is naast Zweden. Met daarnaast Finland en daarnaast Rusland.
Maar bovenin strekt Noorwegen zich uit boven Zweden en Finland en grenst
zelfs aan Rusland. Ook daar hopen we nog te komen. Zodra we Alta verlaten gaan we de hoogvlakte op. Het landschap gaat duidelijk veranderen. Nog wel bergachtig, maar kaal en nauwelijks begroeiing. Op de hoogvlakte wonen slechts hier en daar Lappen. We zien hun (kleine) huisjes. Ergens zien we een Lap snel in z'n blootje (was het vanaf de sauna?) naar z'n huis rennen. Elders wacht men ons op een P-plaats weer op met de nodige geweien en andere souvenirs. Sneller dan we denken zijn we hier over heen en gaan de E6 (alweer!) verlaten. Nee, nog niet direct naar de Noordkaap. Eerst naar Hammerfest. De meest noordelijke stad ter wereld. Die kun je toch niet overslaan. De tocht erheen is al een prachtige route, langs en over fjorden. Stopplaatsen genoeg om te genieten. En dan ineens om een bocht ligt daar de haven met stad. Het is dat je onderweg al zoveel verkeer ontmoette anders had je hier niets meer verwacht. Maar ineens is daar een stad vol bruisend leven. Aangezien het half vijf is willen
we eerst een plek voor de nacht zoeken, maar wat opvalt is dat - ondanks
dat na de verwoestingen door de Duitsers in WOII veel herbouwd moest worden
- de stad toch niet dezelfde uitstraling heeft als de meeste steden in
het Noorden. Bij andere steden treft het ons telkens weer dat het een
slordige bouw is, een samenraapsel van mooie houten gebouwen en nieuwbouw
die alleen maar lijkt neergezet te zijn om in de vaart der volken mee
te kunnen zonder zich te bekommeren om een zekere uitstraling van de stad.
Hammerfest heeft meer allure.Zoals gezegd zoeken we eerst een paar kilometer verder naar het noorden een plek voor de nacht. We komen in het dorpje Forsøl, waar we even er buiten een heerlijke plek vinden, samen met nog twee campers. Aan de ene zijde kijken we over de baai met het dorpje en de haven, aan de andere zijde zien we iets van wat op de Noordelijke IJszee gaat lijken. Voor ons grazen ongestoord enkele rendieren. Lost u ondertussen het raadsel even op: van wie zijn de benen op deze foto? 71 graden 10 minuten 21 seconden Ik neem u even mee. Het is half drie. Buiten schijnt de noorderzon (al is het niet warm). Vanuit de camper zien we de schaduw van de wolken over de groene helling tegenover ons vallen. Daartussen ontdekken we een kudde rendieren. Er zitten nogal wat witte tussen. En kleintjes. Ze grazen rustig, of rennen achter elkaar aan, spelen hun spel. Een prachtig tafereel. Aandoenlijk zelfs. Het is opnieuw half drie. Een wolk omhult ons. Het zicht is minimaal. De regen heeft weliswaar opgehouden, maar kan elk ogenblik opnieuw beginnen. De wereld is klein en koud, de wind loeit om de camper. Binnen brandt de kachel. Door de ramen kun je de auto´s hooguit tot op 100m afstand slechts zien als een schim. Soms is het of een onzichtbare hand even het raam schoonveegt, de blik op het blik is dan helder, maar het is slechts een moment. Van bergen, laat staan rendieren geen spoor meer. Urenlang gaat dat nu al zo. Twee keer half drie. De eerste keer midden in de nacht. Zon vanuit het Noorden! De tweede keer twaalf uur later en dus in de middag. Dat is nu de realiteit van de Noordkaap. Want inderdaad we zijn er! We hebben bovengenoemde breedtegraad bereikt. Het noordelijkste punt van Europa (al ligt er nog één onbereikbare rots 1 minuut en 27 seconden noordelijker). 340 jaar nadat voor het eerst een Italiaanse geestelijke de Noordkaap bereikte (een moment dat gezien wordt als het begin van het toerisme) en na zoveel miljoenen anderen uit alle delen van de wereld die deze ervaring beleefden, zijn wij hier aangekomen. Doel, eindpunt of keerpunt? Of gewoon een mijlpaal, één van de zoveel momenten waarop je stil wordt van ontzag voor de grootsheid van de schepping en de elementen die daarop van zo grote invloed zijn? Zeker, het is het scharnierpunt van een reis die deze naam heeft gekregen. Noordkaapreis. Een reis die je zelf al lange tijd in je hoofd had zitten, door (privé)omstandigheden veel eerder gemaakt werd dan je ooit dacht en mede mogelijk gemaakt werd door het gunstige feit dat je 25 jaar als predikant mocht werkzaam zijn en de gemeente je bij dit jubileum voorzag van een gift die deze reis (en de techniek erbij) mogelijk maakte. Maar laten we eerst eens terug keren naar het begin, de vroege ochtend van die dag ervoor. Nou ja vroeg... In een stille omgeving (thuis langs een drukke weg ben je wel anders gewend!) slaap je soms veel langer dan gedacht. Hoewel om kwart over acht de sinasappelpers
al werkt blijkt het ineens al weer kwart over tien te zijn. Dus ingeslapen.
Maar we hebben de tijd aan onszelf, dus geen probleem. Alle aan- en afvoerlijnen
van de camper moeten deze dag weer even opgefrist worden. En dat betekent
in Hammerfest: diesel, schoon- en vuilwater, afval, boodschappen en pinnen.
Daarbij zien we tot onze verbazing de rendieren gewoon door de stad rennen.
Ze raken de weg kwijt en weten niet meer waarheen. Kennelijk gebeurt het
wel vaker, al klikken alle toeristencamera's. Overigens blijkt dit later een serieus probleem te zijn voor Hammerfest. Voor de toeristen leuk, maar voor de inwoners steeds meer een gruwel, omdat ze gewoon de tuinen inkomen. Er zal dus een hek rondom Hammerfest verschijnen. Ook onderweg moeten we er beducht op zijn dat de rendieren zomaar oversteken. En inderdaad, een enkele noodstop (bij slechts 60 km/u, waar 80 is toegestaan!) slingert wel het laatst overgebleven losse onderdeel in de camper naar voren, maar een confrontatie kan ontweken worden. Een deel rijden we dezelfde weg terug als heen, dan pakken we de E6 naar het Noorden. Hoewel het geheel bewolkt was die morgen laten blauwe gaten aan de noordeinder onze hoop groter worden. Dan draait de E6 naar het zuiden en oosten af en moeten we voor de laatste 125 km de E69 nemen. Die gaat geheel langs een van de grootste IJszeefjorden. Nu echt op naar de Noordkaap! We
staan trouwens verbaasd over de afwisselende landschappen. Dan weer prachtige
begroeide gedeelten, met (voor Noorwegen) redelijk veel bebouwing en de
typische noordelijke boomgroei (vooral dwergberken, veenbessen en mos).
In de korte zomer bloeit er ook heel wat. Anderzijds dwingt de kaalheid
van de kustlijn, de slingerende weg en de steile diepten ontzag in en
vraag je je af waarom mensen hier in dit ruige en onherbergzame gebied
ooit zijn gaan wonen. Bij een Samen (een Lap, weet u nog wel) met een
alleraardigste kiosk en klein nagebouwd lappendorpje drinken we koffie
en hij geniet ervan ons allerlei typische samische cultuurdingen te laten
zien.Wat ronduit storend is langs deze weg is de mentaliteit van de buschauffeurs, die je koste wat het kost voorbij willen. Ook al rijd je zelf de maximum snelheid. Voor ons zien we hoe een bus een camper wil inhalen die net af moet remmen voor rendieren, maar de bus douwt door en gaat in de bocht voorbij. Levensgevaarlijk. Later kunnen we het verklaren: al die bussen moeten op tijdschema rijden. We ontmoeten verschillende toeristen (Duits en Nederlands) die in 14, 15 of 16 dagen de Noordkaap doen'. Meer is het dan ook niet. En kun je niet. We kwamen zelfs een hotelbus tegen, waar je vanwege de efficiency in de bus tegelijk kunt slapen. In allemaal smalle laatjes' boven elkaar. Een bus met allemaal smalle raampjes, als een opbergdoos. Opgestapeld met 10 cm lucht boven je of zoiets. Afschuwelijk. Het zag er eerder uit als een mortuarium... En s avonds - als je met al die campers gezellig op een ruime parkeerplaats aan de Noordkaap staat en de ruimte denkt te hebben, dan komen ze rond tienen aan, die bussen. Met tientallen tegelijk, om honderden toeristen uit te laten die dan het moment suprême mogen beleven. Alsof het om een jaarwisseling gaat. Goed, we rijden nog langs die IJszeefjord, weet u wel. Zo langzaam wordt het land onbewoonbaarder, ruiger, woester en kaler. Toch verbaas je je telkens weer over kleine nederzettingen. Als het ware op een prachtige wijze ingeweven in de omgeving.
Wat een werk is hier verzet om wegen aan te leggen. En niet alleen voor
toeristen, want op het eiland van de noordkaap zijn tenslotte nog enkele
andere dorpen aanwezig, met Honningsvåg met 3500 inwoners als grootste.
Schitterend slingert zich de weg langs de immense fjord naar het punt
waar de 10 km lange tunnel ons met het eiland verbindt. Een bijzondere
tunnel omdat we ermee afdalen tot ruim 200m onder de zeespiegel. Een griezelige
diepte. Ook een toltunnel (één passage NOK 186 = €22,32),
omdat er aan dit toerisme ook wat verdiend moet worden (en terecht als
je vergelijkt hoe makkelijk die Noordkaap nu bereikt kon worden in tegenstelling
tot vroeger, toen men per schip moest of weer later met het veer en langs
barre wegen!). Nog 30 km nu. We moeten eerlijk zeggen dat we dat wel met een zekere spanning doen. We stoppen ook niet elke keer om foto's te maken, dat doen we als we terug gaan en ook de kleinere dorpen willen bekijken. We gaan nu eerst een plekje zoeken, want we waren niet de enige op weg. De weg op dit laatste eiland is een schitterende weg, met haarspeldbochten en steile beklimmingen. Prachtige uitzichten, steile diepten en majestueuze rotspartijen wisselen elkaar af. Alleen dit laatste deel van de rit is het al waard om hier te zijn. Vanuit de diepte van de tunnel is het 500m klimmen voor we bovenop zijn. De Noordkaap-rots steekt als een steile rots ruim 300m vanuit het water omhoog. Haar verschijning is imponerend. Het is waar, zij die alleen maar mist hebben gezien en zeker niet de zon te middernacht, zullen teleurgesteld zijn en zich hoogstens verbaasd hebben over de toeristische bedrijvigheid, vooral wanneer tussen 9 en 11 s avonds de bussen lading na lading toeristen uitspuwen, soms met armen vol champagneflessen om het' feit te vieren. Welk eigenlijk? |
|||||||||||||
|
|||||||||||||
|
|
|||||||||||||